Psalm 142

Vers 1

Ik roepe God met harte aan,
Ik smeke Hem gans onderdaan';
Ik storte voor Hem uit mijn hart,
En vertelle Hem al mijn smart.

Vers 2

Als mijn geest en mijn hart met nood
Gans bezwaard is, en met angst groot;
Nog weet Gij Heer, in dezen al,
Hoe ik daaruit verlost zijn zal.

Vers 3

Zij hebben mij strikken bereid,
En mij te vangen toegeleid.
Als ik mij alzins heb gewend,
Der vrienden geen heeft mij gekend.

Vers 4

Geen middelen mij nu voorstaan,
Om enigszins hen te ontgaan;
Daar is niemand in mijn geslacht,
Die mij te helpen zij bedacht.

Vers 5

Ik roepe Heer tot U allein;
Gij zijt altijd mijn hope rein;
Ter wereld en is nu niemand,
Waarvan ik verwachte bijstand.

Vers 6

Aanhoor toch Heer, al mijn geklag,
Want ik voortaan niet meer en mag;
Hoed mij voor de vervolgers mijn,
Die mij nu veel te machtig zijn.

Vers 7

Uit dezen kuil diep mij bevrijd,
Dat ik U prijze t' allen tijd.
Bij mij zijnde, Gods kind'ren vroed,
Zullen zien 't goed, dat Gij mij doet.
Tekst: Petrus Datheen
Verwante psalmen