Psalm 28
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming
Vers 1
Ik roep tot U, mijn rots, mijn Heere,
houd U niet doof, ik zal verteren.
Als U mijn smeken niet wilt horen,
zal ik de doden toebehoren.
Geef antwoord uit Uw heiligdom,
wanneer ik biddend tot U kom.
Vers 2
Ruk mij niet weg met goddelozen,
met hen die voor het onrecht kozen.
Hoewel zij over vrede praten,
is heel hun hart vol slechte daden.
Dit kwaad kan U niet zijn ontgaan,
vergeld naar wat er is gedaan.
Vers 3
Zij letten niet op wat de Heere
door al Zijn daden hun wil leren.
Zij lijken het niet op te merken
wat God gedaan heeft door Zijn werken.
Daarom geeft Hij die mensen straf,
bouwt hen niet op, maar breekt hen af.
Vers 4
Geloofd zij God Die ik vertrouwde,
Hij heeft Zijn hulp mij niet onthouden.
Hij heeft geluisterd naar mijn smeken.
Hij is mijn kracht en schild gebleken.
Vol blijdschap om wat Hij mij biedt,
loof ik Hem vrolijk met mijn lied.
Vers 5
De Heere is hun kracht, hun leven,
Hij Die verlossing heeft gegeven
aan Zijn gezalfde, aan Zijn koning.
Verlos en zegen als bekroning
Uw volk dat U als herder weidt,
en draag hen tot in eeuwigheid.
Tekst: Zingen uit de Bron