Psalm 26
Klassiek Eigentijdse Psalmberijming
Vers 1
O Heere, doe mij recht!
Ik wandel toch oprecht?
Ik bouw op God en wankel niet.
Beproef en toets mij, Heere,
doorzoek mijn hart en nieren.
U, Die mij helemaal doorziet.
Vers 2
Ik wandel voor altijd
in Uw betrouwbaarheid.
Uw trouw blijft mij voor ogen staan.
Zij die in list en leugen
zich heel de dag verheugen -
bij hen zal ik niet binnengaan.
Vers 3
De mensen die ik haat,
zijn werkers van het kwaad.
Bij goddelozen zit ik niet.
Ik kom met schone handen.
Daar waar de offers branden,
prijs ik U dankbaar in mijn lied.
Vers 4
Waar ik U eer en roem,
Uw wonderen benoem,
daar weet ik mij het meeste thuis.
Uw tabernakel, Heere,
Uw woonplaats wil ik eren.
Mijn hele hart houdt van Uw huis!
Vers 5
De zondaars krijgen straf,
maar red mij van het graf,
wanneer hun kwaad wordt onderzocht.
Zij kleden zich met schande,
het bloed kleeft aan hun handen,
zij worden zomaar omgekocht.
Vers 6
Ik wandel steeds oprecht.
Verlos mij, doe mij recht,
schenk Uw genade, maak mij vrij.
Ik sta vast in Uw sporen
en laat mijn loflied horen,
met Uw gemeente rondom mij.
Tekst: Zingen uit de Bron