Psalm 81
Vers 1
Jubelt God ter eer,
Hij is onze sterkte !
Juicht voor Isrels Heer,
stem en tegenstem
springen op voor Hem
die ons heil bewerkte.
Vers 2
Laat de harpen slaan,
klinken de trompetten.
Viert bij volle maan
met muziek en mond
een hernieuwd verbond
volgens oude wetten.
Vers 3
Dit is ingezet
als een eeuwig teken
Jozef tot een wet,
toen des Heeren hand
aan Egypteland
machtig is gebleken.
Vers 4
God heeft ons gezegd
nooit gehoorde dingen.
Heilig is 't en recht
nu en t' allen tijd
Hem die ons bevrijdt
vrolijk toe te zingen.
Vers 5
Onder lasten zwaar
waart gij haast bezweken.
Groot was het gevaar -
Ik vergat u niet,
in het doodsgebied
gaf Ik taal en teken.
Vers 6
Antwoord gaf Ik u,
antwoord uit het onweer.
Toen zo goed als nu
heb Ik u beproefd:
waar ge Mij bedroeft,
roep Ik u tot omkeer.
Vers 7
Luister, welk bevel
Ik u in wil scherpen.
Hoor Mij, Israël!
Laat geen vreemde god,
laat geen vreemd gebod
ooit u onderwerpen !
Vers 8
Ik ben HIJ DIE IS:
God wil Ik u wezen.
Uit de duisternis
van de slavernij
maakte Ik u vrij:
hebt gij nog te vrezen ?
Vers 9
Leef uit mijn verbond.
Vraag van Mij vrijmoedig.
Open wijd uw mond.
Al wat u ontbreekt,
al waar gij om smeekt
geef Ik overvloedig.
Vers 10
Maar mijn eigen volk
was Mij niet terwille.
Hoogmoed was hun tolk
en Ik liet hen gaan
in hun eigen waan
om hun trots te stillen.
Vers 11
Ga niet van Mij heen,
volg Mij op Mijn wegen,
sluit u hecht aaneen.
Waar gij langs zult gaan
maak Ik u ruim baan:
niemand houdt u tegen.
Vers 12
Al wie u verdrukt
zal Ik af doen deinzen.
Ik verbreek het juk
dat uw schouders knelt,
en het ruw geweld
zal verering veinzen.
Vers 13
Macht en tegenstand,
haters van de Heere,
slaat zijn sterke hand;
tegen die Hem vleit
in arglistigheid
zal Hij haast zich keren.
Vers 14
Keer terug tot Mij
Israël, gij trotse -
en de woestenij
zal weer bloeien gaan;
Ik geef most en graan,
honing uit de rotsen.