Psalm 144
Geprezen zij de HEERE, mijn rots die mijn handen oefent
Geestelijke strijd · 1773
Vers 1
Mijn rotssteen is, mijn handen leert ten strijde,
En tot den krijg mijn vingers toebereidt;
Mijn hoge burcht, mijn goedertierenheid;
Die mij bevrijdt; mijn schild, op wiens vermogen
Ik vast vertrouw; wiens arm mij wil verhogen;
Die heerschappij en roem en sterkte geeft,
En die mijn volk mij onderworpen heeft.
Vers 2
Dat Gij, o HEER, hem gunsten wilt bewijzen,
Dat Gij hem kent? Wat is des mensen kind,
Dat Gij het acht en zo getrouw bemint?
Hij mag den naam van ijdelheid wel dragen;
Zijn tijd is kort, en al zijn levensdagen,
Hoe groot, hoe sterk hij op deez' aarde zij,
Gaan snel, gelijk een schaduwe, voorbij.
Vers 3
Uw heem'len; raak de bergen, dat zij roken;
En bliksem, HEER, Uw bliksems op den grond;
Verstrooi hen; zend Uw pijlen uit in 't rond;
Verniel hen; steek Uw handen uit den hogen;
Ontzet mij, toon Uw Godd'lijk alvermogen,
En ruk mij uit een zee van ramp en nood;
Der vreemden hand dreigt mij een wissen dood.
Vers 4
Hun rechterhand bevlekt zich met bedriegen.
Ik heilig U, na al mijn zielsverdriet,
Getrouwe God, een nieuw en vrolijk lied;
Ook zal mijn luit en harp van U niet zwijgen,
Die koningen de zege doet verkrijgen;
Die Uwen knecht, die David gunstig redt,
En door Uw arm van 't boze zwaard ontzet.
Vers 5
Wier leugenmond mij wreev'lig aan durft randen;
Hun rechterhand wordt door de list bestierd;
Daar z' aan 't bedrog den ruimen teugel viert.
Zo zullen zich, als planten, onze zonen,
In hunne jeugd reeds groot en sterk vertonen;
De dochters zijn, als stenen, naar den eis
Gehouwen, op de hoeken eens paleis.
Vers 6
En voorraad steeds na voorraad uitgegeven:
Zo blijk' Uw gunst, die 't vee in overvloed,
Bij duizend, ja tienduizend werpen doet;
Ons rundervee zij sterk en wèl geladen;
Geen uitval of geen inbreuk moog' ons schaden;
Dat geen gekrijs de rust der stad verstoor',
Noch iemand daar van bozen oproer hoor'.
Vers 7
Dit heug'lijk lot door 's Hemels gunst bejegent;
Welzalig is het volk, dat bij 't genot
Van overvloed, den HEER heeft tot zijn God.
Achtergrond
Psalm 144 is een psalm van David, waarin hij God looft voor zijn redding en bescherming in tijden van geestelijke strijd. Deze psalm wordt gesitueerd in een historische context waarin David te maken had met veel vijanden en gevaar. Theologisch gezien draait deze psalm om het thema van God als rotssteen en redder van zijn volk.
Kernboodschap
De kernboodschap van deze psalm is dat God de enige bron van kracht en bescherming is in tijden van moeilijkheden. David erkent zijn eigen zwakheid en sterfelijkheid, maar vertrouwt op God's macht en liefde. De psalm roept op tot vertrouwen en lofprijzing voor God's daden.
Voor vandaag
Vandaag kan deze psalm ons helpen om ons vertrouwen te stellen in God's soevereine macht en liefde, zelfs in moeilijke omstandigheden. We kunnen leren om onze eigen zwakheid te erkennen en ons te wenden tot God voor bescherming en redding. Door ons leven te leven met vertrouwen in God, kunnen we zijn heil en zegen ervaren.
Verdiepingsvragen
Hoe kan ik mijn vertrouwen in God's macht en liefde verdiepen in moeilijke tijden?
Wat zijn enkele manieren waarop ik mijn eigen zwakheid en sterfelijkheid kan erkennen en erkennen dat God mijn enige bron van kracht is?
Hoe kan ik mijn leven zo leven dat ik Gods heil en zegen kan ervaren, zelfs in het midden van geestelijke strijd?
De AI heeft de psalmtekst en het inzicht als context.
AI kan fouten maken. Gebaseerd op psalmtekst en christelijke exegese.